Wie ben ik?

Denk jij ook zo veel?

‘Als ik stop met denken ga ik huilen.’ verzuchtte ik eens tegen een vriend.
Oftewel: als ik stop met denken ga ik voelen. En soms is voelen niet fijn. Denken is dus een heel effectieve strategie om niet te hoeven voelen. Niks mis mee, denk je misschien. Maar als we niet voelen wat er te voelen valt, leven we ergens over heen. Leven we oppervlakkig en staan niet meer in contact met onze behoeftes en verlangens en kunnen ook geen echte verbinding maken met anderen. Er lijkt dan altijd wat tussen te zitten, we zijn niet authentiek en ook niet in onze kracht.

Dus hoe stoppen we nu met denken? En hoe dealen we met de nare gevoelens die we dan eventueel ervaren?
Ik heb er iets ‘op gevonden’ of beter gezegd ‘in ervaren’ en dat deel ik graag met je.
Onlangs deed ik een retraite bij Jan Geurtz, met als thema ‘Verslaafd aan denken’. Daar ervoer ik hoe de vraag “Wie ben ik?’ leidt tot:
+ minder zorgen en andere zinloze gedachten
+ minder bepaald worden door emoties en onprettige fysieke sensaties
+ meer verbinding met de ruimte in mezelf en om me heen.
‘Huh?’ denk je misschien. Zo’n mentale vraag die je minder laat denken? Ja. Uiteindelijk wel.

Als je oefent in mindfulness raak je gewend om je vrij continu bewust te zijn van je gedachten en je emoties. Telkens weet je wat er in je om gaat, wat je ervaart, wat je denkt en wat je wilt. Je bent er van bewust, maar je identificeert je er niet mee. Je kijkt er naar als het ware, je ziet gedachten opkomen en weer gaan. En je hebt de keuze wel of niet naar de opkomende gedachten of emoties te handelen. je wordt er minder door bepaald. Dat geeft een gevoel van vrijheid.

Als je ervaring hebt met het oefenen in mindfulness, is het interessant om eens een stap verder te gaan. Je vraagt je dan af: Wie is de waarnemer van die gedachten? Wie ervaart de emotie? Allebei vormen van de vraag ‘Wie ben ik?’
Wat er dan gebeurt is opmerkelijk: onmiddellijk ervaar je een gevoel van ruimte. Die duurt maar een split second. Maar in die split second is er even geen ‘ik’ die een gedachte heeft of een emotie ervaart. Er is alleen ruimte. Eenheid. Weg zorgen, weg gedachten.

Tijdens de retraite voegde ik hier nog een element aan toe: focussen. Als een emotie of naar gevoel vaak of lang bij je is, is het goed je er eens wat sterker mee te verbinden, erop te focussen. Je kijkt er dan niet alleen naar, maar je focust op de sensaties. Sensaties? Ja, je vraagt je dan af wat maakt nu dat ik dit benoem als verdriet? Welke sensaties zijn dat?
Stel je hebt regelmatig last van depressieve gevoelens.
Wat ik dan doe is dat gevoel heel specifiek te lokaliseren: Waar zit het in mijn lijf, hoe groot is het, wat voor kleur heeft het, hoe voelt het (bonkend, trillend, trekkend etc) ? Daarmee haal ik het etiket (verdriet, boosheid oid) en/of de negatieve associatie er af, het is geen naar gevoel meer waar ik vanaf wil, het is een sensatie. Zo maak ik er helemaal verbinding mee en kan ik er bij aanwezig zijn zonder dat het weg hoeft. Soms verandert die sensatie dan, of hij verdwijnt, maar dat is op zich niet relevant. Het gaat erom dat het er is, dat het ‘waar’ mag zijn. Dan kan spanning oplossen. Maar het hoeft niet. Als gevoelens worden teruggebracht tot sensaties zijn ze een stuk minder onprettig.

Toen ik me hier tijdens de retraite helemaal op had gefocust stelde ik me diezelfde vraag:  Wie is de ik die de sensatie ervaart?  Onmiddellijk viel de beleving weg in iets groters, in de ruimte om me heen. Opnieuw maar een split second, maar toch, dat is een moment van vrijheid! Van eenheid. Ik werd meer één geheel, in mezelf en met de ruimte om me heen. De waarnemer verdween, de sensatie verdween. Er was slechts ruimte van waaruit alles ontstaat.
Die split second wist ik te verlengen, door te blijven voelen. Maar nu niet in mezelf, maar buiten me. Ik verlegde mijn aandacht bewust naar het voelen van de aanwezigheid van de bomen, van de weg waarop ik liep, van het gras en van de lucht. Het gevoel van ruimte bleef én er ontstond als het ware een bedding voor de depressieve gevoelens. Daarmee werden die letterlijk draaglijker, alsof iets anders ‘buiten mij’ mee hielp het te dragen.  je dat alleen maar bent of, een stap verder, er naar kijkt.
Dat laatste, het alleen waarnemen, ervoer ik als een veel kleinere wereld.

Zo ontdekte ik hoe zowel het stellen van de vraag ‘Wie ben ik?’als het bewust voelen van de omgeving leidde tot minder denken, tot minder last van depri gevoel. Tot een grotere wereld dan waarin ik waarneem wat ik ervaar. Tot een ervaring van ruimte en grootsheid.

De vraag ‘Wie ben ik?’ga ik mezelf dus vaker stellen!

Wat geeft het jou om je de vraag ‘Wie ben ik?’ te stellen?
Ik lees het graag in de ruimte hieronder

 

 

Speak Your Mind

*